Docent: Rens Borgers van EcoBouw Salland

Datum: 29-03-2017

Locatie: De Holle Bilt 1, de Bilt

Samenvatting door: Mark Maas

Inleiding:
Vroeger was bouwen met natuurlijke materialen uit je directe omgeving heel gewoon. Pas sinds de industriële revolutie en de opkomst van oliebased materialen zijn er “vreemde” materialen bijgekomen.

Veel niet natuurlijke materialen kunnen geen vocht reguleren en houden het alleen maar vast. Als het dauwpunt dan ook nog in de isolatie ligt dan condenseert het en wordt de isolatie nat. Gevolg is dat de isolatie als een natte krant in de constructie komt te liggen. Om dit effect te voorkomen is de dampremmende laag geïntroduceerd.

Dampremmers:
De dampremmende lagen moeten dus voorkomen dat vocht in de constructie trekt en daar kan condenseren. Echter het risico op opsluiting van het vocht ligt op de loer. T.p.v. Kleine lekken in de dampremmende schil kan er een concentratie van vocht ontstaan. Op die plaatsen is de kans op vochtschade met de bijbehorende schade groot.

In feite is het leven binnen een constructie met een dampremmende laag aan de warme zijde hetzelfde als leven in een afgesloten plastic zak. Voor de aan- en afvoer van lucht ben je dan aangewezen op het ventilatie systeem.

De luchtvochtigheid fluctueert ook sterk. Zodra we gaan koken of douchen zal de relatieve luchtvochtigheid sterk toenemen. Middels de ventilatie zal dit teveel aan vocht dan afgevoerd moeten worden. Indien dit niet afgevoerd wordt zal het vocht uiteindelijk gaan condenseren op de koude vlakken. Daar ontstaat dan een ideale situatie voor schimmels. Schimmels gedijen op warme en vochtige plaatsen.

Vochtregulatie:
Bij biobased isolatie materialen wordt er naast de isolerende eigenschappen ook gekeken naar de hygroscopische eigenschappen van het materiaal. Het hygroscopische vochtgehalte van een materiaal geeft aan hoeveel vocht een bepaald materiaal bij een bepaalde luchtvochtigheid kan opnemen.

Indien materialen in staat zijn om vocht op te nemen en deze later weer af te staan ontstaat een stabieler binnen klimaat. Bij vochtpieken (koken, douchen, veel bezoek) zal de constructie het vocht absorberen. Zodra de luchtvochtigheid in de ruimte weer daalt zal het materiaal het opgeslagen vocht weer langzaam afstaan. Bij een juiste balans kan zo de relatieve vochtigheid steeds tussen de 55 en 65% gehouden worden. Dat is een voor de mens een gezonde en prettige luchtvochtigheid. Daarboven voelt het klam en benauwd en daaronder krijgen we last van droge ogen en een droge keel. Denk aan de droge lucht in een vliegtuig waar de luchtvochtigheid soms rond de 10% zit. Dat is echt niet prettig.

Warmte regulatie:
Ook warmte kan gebufferd worden en weer afgegeven worden. Een gebouw met veel massa heeft een veel stabieler binnenklimaat dan een lichtgebouw. Een lichte HSB woning warmt immers veel sneller op dan een gebouw bestaande uit dikke muren van steen. Dit komt omdat het opwarmen van de massa veel energie en dus tijd kost. Bij zonintreding zal een ruimte, met veel massa, langzaam opwarmen. Omdat alle wanden en vloeren ook opgewarmd moeten worden. Deze massa heeft dus een verkoelend effect op de lucht. In een ideale situatie wordt de warmte gedurende de dag opgeslagen in de massa van het gebouw en gedurende de nacht weer afgestaan. Zo heb je weer een zeer constant binnen klimaat.

Veel biobased materialen hebben het vermogen om warmte te bufferen. Terwijl materialen zoals glas- en steenwol dit vermogen bijna niet hebben.

Onderbouwen:
Het wordt nu tijd om e.a. rekentechnisch te gaan onderbouwen. De meeste rekenprogramateur is afgestemd op de minimale eisen vanuit het bouwbesluit. Meestal wordt er niet verder gekeken dan een bepaalde Rc waarde of een zta-waarde voor het glas. We kijken uitsluitend naar het energieverbruik. Het wordt tijd dat we ook de gezondheid mee gaan nemen.

Maar voordat je kunt roepen dat je veilig dampopen kunt bouwen zul je moeten aantonen dat de hoeveelheid vocht, welke zich verzameld in de constructie gedurende een bepaalde periode, geen schade toebrengt aan de constructie. Dat het vochtregulerende vermogen dus dekkend is. Dat hangt mijn inziens af van vele factoren.

Allereerst het ontwerp, hoeveel oppervlakte kan daardwerkelijk bijdragen aan de vochtregulatie? Een villa waarvan de gevels voor 80% uit glas bestaan (glas is dampdicht en heeft geen vermogen om vocht op te slaan) gedraagd zich anders dan een woning met 80% strobalen en leemstuc in de gevels. En ook niet onbelangrijk, hoeveel vocht wordt er daadwerkelijk geproduceerd? Kan dit allemaal veilig tijdelijk opgenomen worden door de constructie of is er sprake van een overschot en moeten we een aantal liters vocht wegventileren?

Kortom bouwfysica blijft een belangrijk onderwerp!

Voordelen biobased materialen:

Vochtregulerend vermogen
Warmte accumulerend vermogen
C02 neutraal
Geen emissie van schadelijke stoffen
Hernieuwbare grondstof
Gezonder binnenklimaat
Minder afhankelijk van installatietechniek
Minder energieverbruik, (minder behoefte aan verwarmen en koelen)
Nadelen biobased materialen:

Wet- en regelgeving werken vaak tegen
KOMO keuren enz. zijn vaak niet verkrijgbaar
Leveringsproblemen (lage productie)
Onbekend maakt onbemind
Opboksen tegen de lobby glas- en steenwol fabrikanten
Materiaal is duurder in de aankoop
Informatie:

EcoBouw Salland bouwen met stro en kalkhennep: http://ecobouwsalland.nl/

www.eco-bouwmaterialen.nl

www.ecobouwen.nl

www.agepan.de

Ecoboard: www.maiburghout.nl

Celit: www.isoproc.be

Bibased verf: Copperant Quattro

Biobased plamuur: www.1tofix.com

Extreme medite Tricoya: www.meditetricoya.com

Isohennep: www.isohemp.nl

Kalkhennep bouw Nederland: http://www.kalkhennepbouwnederland.nl/

Holz 100: www.thoma.at/holz100/

(Meer informatie over Holz 100 in Nederland bij Koningklijke Dekker www.dekkerhout.nl)

Mooi referentieproject: http://www.iewan.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *