Als autodidact is dat een onderwerp wat mij blijft achtervolgen. Is wat ik zojuist heb ontworpen nu architectuur of niet? Het antwoord is altijd “Nee” omdat ik niet in het bezit ben van een geldig architectendiploma. Dus alles wat ik ontwerp mag geen architectuur heten. Dat is zelfs strafbaar. Waakhond BNA (Bond van Nederlandse Architecten) houd dat scherp in de gaten. Gediplomeerde leden tippen de bond als zij iemand zich zien voordoen als architect. En dat is hun goed recht. Ze hebben er hard voor geleerd.

Maar wat zegt dit nu eigenlijk over de architectuur zelf? Helemaal niks. Iedereen die ooit een diploma heeft behaald en geregistreerd staat als architect produceert architectuur. Het maakt niet uit wat eruit komt, het is architectuur. Immers er wordt alleen gekeken naar de persoon. Is deze ingeschreven in het architecten register? Ja? Einde controle het is architectuur.

Ik heb dat altijd toch wat merkwaardig gevonden. Ik vind dat het gebouw zelf leidend moet zijn in de beoordeling of iets wel of geen architectuur is, los van de persoon die het gebouw ontworpen heeft. Het systeem is ooit bedacht ter bescherming van een bepaalde doelgroep. Namelijk de geregistreerde architecten. Maar dat systeem is niet meer van deze tijd. In een tijd van veranderingen en het continu moeten bijstellen van visies, nieuwe technieken en inzichten is het niet te verklaren dat er niet verder gekeken wordt dan een diploma dat ooit eens behaald is.

Wat zou het mooi zijn als gebouwen werden beoordeeld en niet de architecten. Dat er cijfers beschikbaar zouden zijn van alle bureaus over hoe ze presteren. Dat de top bureaus prachtige architectuur maken dat is duidelijk zichtbaar. Laat daar geen misverstand over bestaan. Er zijn vakbladen en prijzen om dat topje van de ijsberg te bejubelen. Maar hoe zit het met die grote punt daaronder? Hoeveel van hun productie is een mager zesje? Zou een soort gebouw beoordelingssysteem bureaus niet behoeden voor een soort luiheid? Het huidige systeem werkt toch een soort gemak in de hand. “Alles wat ik maak is toch wel architectuur”.

“Ja maar daar waakt de welstand over” wordt er dan geroepen. Nou niet helemaal. De welstand bewaakt een soort ondergrens. Net als de ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht dat doet. Is de dagmaat van de deur wel 850mm? Is een legitieme vraag van zo’n ambtenaar. Bij de welstandscommissie vind een soortgelijke toetsing plaats. Een toets kan zijn of een ontwerp wel of niet een duidelijke kapvorm heeft. Of een toetsingscriteria gaat over het materiaal en kleurgebruik. Soms zijn er criteria ’s die wel van invloed zijn op een ontwerp zoals de eis van een duidelijke horizontale geleding of een bepaalde samenhang met de omgeving.

Kortom de welstand toets aan bepaalde criteria. Maar velt verder geen eindoordeel over de kwaliteit van de architectuur. Iets voldoet, iets voldoet niet of iets voldoet mits er nog iets wordt aangepast. Maar er wordt geen uitspraak gedaan over of iets nu wel of geen architectuur is en hoe hoog het eventueel scoort. Eigenlijk is dat zonde. Dat maakt sturen op kwaliteit lastig en houd de middelmatigheid van veel architectuur in stand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *